Tribolex    Expertise, ervaring en creativiteit

 

SAE J300 viscositeitsindeling voor motorolie

 

De SAE J300 indeling voor motorolie kent twee reeksen. De "W-typen" zijn bedoeld voor gebruik bij lage omgevingstemperatuur ("winter"), de andere typen zijn bedoeld voor gebruik bij hogere omgevingstemperaturen.

Wanneer de viscositeit van een product voldoet aan de vereisten bij lage temperatuur voor een bepaald getal en tegelijkertijd aan de vereisten bij hoge temperatuur voor een ander getal, wordt de SAE-klasse aangeduid met twee getallen: SAE 10W-40, SAE 15W-30 etc.

Men spreekt dan van "multigrade" olie. Bij de wintertypen zijn naast de viscositeit bij 100 °C de viscositeit bij twee verschillende lage temperaturen vasgtelegd. .

SAE getal
tornviscositeit (CCS), (cP bij °C), maximum
verpompings-grenstemperatuur, (MRV), (cP bij °C), maximum
kinematische viscositeit bij 100°C
“high temperature high shear” viscositeit bij 150 °C, (cP),  minimum
minimum, mm2/s
maximum, mm2/s
0W
6.200 bij -35
60.000 bij -40
3,8
-
-
5W
6.600 bij -30
60.000 bij -35
3,8
-
-
10W
7.000 bij -25
60.000 bij -30
4,1
-
-
15W
9.500 bij -15
60.000 bij -25
5,6
-
-
20W
13.000 bij -10
60.000 bij -20
5,6
<11,0
-
25W
 
60.000 bij -15
9,3
<13,5
-
20
 
-
5,6
<9,3
2,6
30
 
-
9,3
<12,5
2,9
40
 
-
12,5
<16,3
2,9 (0W-40, 5W-40, 10W-40)
3,7 (15W-40, 20W-40, 25W-40, 40)
50
 
-
16,3
<21,9
3,7
60
 
-
21,9
<26,1
3,7

Betekenis

SAE aanduidingen zeggen alleen iets over de viscositeit (de mate van vloeibaarheid) van de olie, ze geven geen enkele indicatie van de kwaliteit van de olie als smeermiddel! De kwaliteit als smeermiddel wordt aangegeven met bijvoorbeeld de ACEA en API classificaties voor motorolie.

In beperkte mate worden SAE-getallen gebruikt voor de viscositeitsspecificatie van olie voor industriële toepassingen anders dan motorolie. Voor die toepassingen verdient de ISO VG-indeling de voorkeur.

Tornviscositeit

De tornviscoiteit is een maat voor de "kleefkracht" van de olie. Bij een koude start moet de krukas met een zodanig hoog toerental kunnen ronddraaien dat vorming van een ontsteekbaar mengsel van brandstof en lucht mogelijk is, dat vervolgens bij verbranding voldoende vermogen levert om het motortoerental van het torntoerental op het normale stationaire toerental te brengen.

Verpompingsgsrenstemperatuur

De verpompingsgrenstemperatuur is een maat voor de verpompingsmogelijkheid van de olie in het motorsmeersysteem. Na de koude start (en dus een acceptabele tornviscositeit) dient de oliestroom in het smeersysteem op gang te komen. Om die reden wordt de verpompingsgrens bij een lagere temperatuur gespecificeerd dan de torntemperatuur: een motor die wel start maar vervolgens geen olie krijgt toegevoerd omdat de oliepomp niet in staat is de olie te verpompen, zal niet lang overleven. Aangenomen wordt dat een vloeistof met een viscositeit van 60.000 cP door de oliepomp van de motor nog kan worden aangezogen en vervolgens via het smeersysteem kan worden rondgepompt.

"High temperature high shear" viscositeit

Bij de zomertypen wordt naast de viscositeit bij 100 °C de viscositeit bij 150 °C gespecificeerd. Daarvoor wordt een speciale meetmethode gebruikt - tijdens de meting wordt de olie blootgesteld aan een hoge snelheidsgradient. Dat zijn ongeveer de omstandigheden zoals die optreden bij de smering van nokkkenas en klepbediening bij een motor op bedrijfstemperatuur.

Sommige olietypen verliezen onder die omstandigheden tijdelijk een deel van hun viscositeit, andere niet.

Bij de SAE xxW-40 typen kent men twee grenswaarden bij 150 °C, afhankelijk van de "winterwaarde" van de olie. De hogere waarde geeft een betere bescherming tegen slijtage, de lagere waarde kan het brandstofverbruik bij lage bedrijfstemperatuur gunstig beinvloeden.

Aanvullende informatie

SAE (website)